Bewegingsvectoren
Een buffer per pixel die vastlegt hoever elke pixel sinds het vorige frame is verschoven, uitgedrukt in schermruimte.
Elke pixel draagt een kleine 2D-vector: het verschil tussen zijn positie in dit frame en het vorige, afgeleid uit de huidige en vorige clipruimtecoördinaten. De buffer – vaak een kanaal van de G-buffer – voedt temporele reprojectie, temporele upscalers en bewegingsonscherpte. Statische oppervlakken bewegen alleen met de camera mee; bewegende en geskinde objecten hebben hun vorige transformaties en botmatrices nodig om de vector kloppend te krijgen.
Hetzelfde idee ligt sinds MPEG begin jaren negentig ten grondslag aan videocompressie, waar bewegingsvectoren beschrijven hoe blokken tussen frames verschuiven in plaats van opnieuw te worden gecodeerd. Het verschil: de codec raadt de beweging, de renderer kent haar exact.