Catmull–Clark-onderverdeling
De meestgebruikte onderverdelingsregel voor quadmeshes, die convergeert naar een glad oppervlak verwant aan bicubische B-splines.
Edwin Catmull en Jim Clark beschreven de methode in 1978 — dezelfde Catmull die later Pixar zou leiden. Elke stap maakt per vlak één nieuw punt (het gemiddelde van de hoekpunten), per rand één, en verschuift elk oud hoekpunt volgens een gewichtsformule. Daarna worden ze verbonden tot vier keer zoveel quads.
Het limietoppervlak is overal glad (C²), behalve bij uitzonderlijke hoekpunten, waar het C¹ is. De methode werkt voor willekeurige topologie en werd daardoor het werkpaard van de filmindustrie; OpenSubdiv van Pixar is de referentie-implementatie. Niet te verwarren met Catmull–Rom, een interpolerende spline uit dezelfde koker.