Fasevergrendelde lus (PLL)
Een terugkoppelschakeling die haar eigen oscillator vergrendelt op de frequentie en fase van een binnenkomend signaal, waardoor een klok uit een datastroom kan worden teruggewonnen.
Drie onderdelen volstaan: een fasedetector die de ingang met de lokale oscillator vergelijkt, een lusfilter dat de fout afvlakt en een spanningsgestuurde oscillator die als reactie sneller of langzamer gaat lopen. De Fransman Henri de Bellescize beschreef het principe in 1932 voor radio-ontvangst. Tegenwoordig zit een PLL in elke processor, radio en schijfcontroller.
In digitale audio haalt de PLL de samplefrequentieklok uit een S/PDIF- of AES3-stroom, waarin de klok in de data is ingebed. De lusbandbreedte beslist: een brede lus volgt de jitter van de zender getrouw, een smalle filtert die weg maar heeft langer nodig om te vergrendelen. Daarom hebben hoogwaardige converters twee lussen in serie, of geven ze het op en gebruiken ze een ASRC.