Fasevervormingssynthese
Casio's antwoord op FM: een cosinusgolf wordt binnen elke periode met ongelijke snelheid uitgelezen, waardoor hij verandert in een zaagtand, een blokgolf of iets wat klinkt als een resonerend filter.
Een oscillator leest zijn golfvorm normaal met constante snelheid uit. Fasevervorming varieert die snelheid binnen de periode — eerst snel, dan langzaam — en perst een zuivere cosinus zo in scherpere vormen met meer harmonischen. Leg een envelope op de mate van vervorming en de klank gaat open en dicht als bij een filterzwiep, zonder dat er een filter aan te pas komt.
Casio introduceerde de techniek in 1984 met de CZ-101, een polyfone digitale synth met minitoetsen die op batterijen werkte en een fractie van een DX7 kostte. De wiskunde zat dicht genoeg bij FM-synthese om te concurreren en ver genoeg van Yamaha's patent om legaal te zijn. De CZ-serie klinkt dunner en meer "analoog" dan FM en is veel makkelijker te programmeren, waardoor hij de digitale synth van de arme muzikant uit de jaren tachtig werd.