Oversampling
Tijdelijk op een hogere samplefrequentie werken dan de uiteindelijke uitvoer, zodat aliasproducten terechtkomen waar ze weggefilterd kunnen worden.
Alles boven de Nyquistfrequentie klapt terug als schijntonen. Niet-lineaire effecten — verzadiging, vervorming, een agressieve limiter — genereren harmonischen ver boven het hoorbare bereik, en bij 44,1 kHz kunnen die nergens heen. Een plugin die intern op 4× of 8× draait, laat die harmonischen boven de hoorbare band belanden, filtert ze weg en downsamplet weer. De rekening komt in processorcycli en een beetje latentie.
De truc is ouder dan plugins. De eerste cd-spelers van Philips uit 1982 combineerden 4× oversampling met 14-bits omzetters, omdat een digitaal filter goedkoper was en vriendelijker voor de fase dan een steil analoog filter. Tegenwoordig wordt het idee tot het uiterste doorgevoerd in delta-sigma-omzetters, die op enkele megahertz samplen.