IT-lexicon › Hardware › Fuzz (gitaareffect)

Fuzz (gitaareffect)

Hardware Svenska → Bijgewerkt: 2026-10-29

Het gitaareffect dat het signaal zo hard afknipt dat de golfvorm bijna blokvormig wordt: een technisch defect dat een genre werd.

Het begon met een kapot kanaal op een mengtafel. Toen Grady Martin in 1961 een baspartij opnam voor "Don't Worry" van Marty Robbins, klonk die gescheurd, en het label hield het erin. Gibson maakte van het defect een product: de Maestro FZ-1 Fuzz-Tone uit 1962, die slecht verkocht tot Keith Richards hem in 1965 op "(I Can't Get No) Satisfaction" zette en de voorraad binnen weken op was.

Technisch is een fuzz een stel van twee of drie transistortrappen dat ver voorbij zijn vermogen wordt aangestuurd, waardoor de pieken worden afgeschoren. De Fuzz Face van Arbiter uit 1966 gebruikte germaniumtransistors, die anders klinken naarmate de kamertemperatuur varieert: een eigenschap die liefhebbers karakter noemen. De Big Muff van Electro-Harmonix uit 1969 ruilde een deel van die grilligheid in voor sustain.

← Terug naar het lexicon