Bayer-matrix
De recursief gedefinieerde drempelmatrix waartegen ordered dithering vergelijkt, zo opgebouwd dat de drempels maximaal gespreid liggen en zo min mogelijk klonteren.
De matrix wordt recursief opgebouwd: een 2×2-matrix verdubbelt tot 4×4, 8×8 enzovoort volgens een vaste formule die elk subkwadrant met een constante verschuift. Het doel is dat de n² drempels zo liggen dat naburige pixels zelden naburige waarden krijgen. Het patroon belandt op hoge ruimtelijke frequentie, waar het oog er het minst last van heeft. Elke cel levert een drempel waartegen de pixelwaarde wordt afgewogen bij ordered dithering.
De naam komt van Bryce Bayer van Kodak, die de matrix in 1973 beschreef. Dezelfde Bayer gaf zijn naam aan het kleurfiltermozaïek op camerasensoren, maar dat is een volledig andere uitvinding. De Bayer-matrix domineerde dithering op 8-bits hardware en in vroege beeldroutines, en leeft voort in shaders om kleurbanding vrijwel gratis te verbergen.