IT-lexicon › Beveiliging › Track 1-data

Track 1-data

Beveiliging Svenska → Bijgewerkt: 2026-10-31

Het bovenste spoor op de magneetstrip van een betaalkaart, en het enige met ruimte voor de naam van de kaarthouder.

Het spoor werd gedefinieerd door IATA, de brancheorganisatie van luchtvaartmaatschappijen, die wilde dat ticketbalies de naam van een passagier direct van de kaart konden lezen. Het wordt opgeslagen met 210 bits per inch en bevat maximaal 79 alfanumerieke tekens, tegen 40 cijfers bij Track 2. Het formaat staat in ISO/IEC 7813. Na het startteken en formaatcode B volgen het kaartnummer, een scheidingsteken, de naam als ACHTERNAAM/VOORNAAM, nog een scheidingsteken, de vervaldatum, de servicecode en de vrije gegevens van de uitgever.

De meeste betaalsystemen geven meer om Track 2, dat korter en makkelijker te parsen is. Vervalsers willen Track 1 toch hebben, want een kaart waarvan de opgedrukte naam niet bij de strip past valt aan de kassa op. Track 3, bedoeld voor de spaar- en leensector, wordt vrijwel nooit gebruikt.

← Terug naar het lexicon