PCM (pulscodemodulatie)
De eenvoudigste manier om geluid digitaal op te slaan: de amplitude van de golf met vaste tussenpozen meten en elke meting als geheel getal noteren.
Twee getallen bepalen alles: hoe vaak er wordt gemeten (de samplefrequentie) en uit hoeveel stappen elke meting kan kiezen (de bitdiepte). Alec Reeves patenteerde het idee in 1938 terwijl hij voor ITT in Frankrijk werkte, en de eerste serieuze toepassing was SIGSALY, de versleutelde telefoonverbinding tussen Churchill en Roosevelt. Het telefoonnet stapte in de jaren zestig over op 8 kHz en 8 bits, en de cd legde in 1982 vast wat nog altijd als standaard voelt: 44,1 kHz, 16 bits, stereo.
Lineaire PCM, oftewel LPCM, zit in een WAV- of AIFF-bestand en reist over S/PDIF. Het is ook het ruwe materiaal dat MP3, AAC en FLAC comprimeren. PCM is geen formaat dat je kiest; het is het formaat waar al het andere mee begint.