Marching squares
De tweedimensionale neef van marching cubes: het volgt contourlijnen door een raster van scalaire waarden, cel voor cel, aan de hand van zestien hoekgevallen.
Elke cel heeft vier hoeken die boven of onder een drempelwaarde liggen, goed voor 2⁴ = 16 gevallen. Een opzoektabel koppelt elk geval aan één of twee lijnstukken, en lineaire interpolatie langs de celranden bepaalt de eindpunten, zodat de contour glad uitkomt in plaats van trapsgewijs.
Het resultaat is een isolijn, hetzelfde principe als de hoogtelijnen op een topografische kaart of de isobaren op een weerkaart. In games en graphics wordt het gebruikt voor 2D-metaballs, voor het volgen van de omtrek van vernietigbaar 2D-terrein en voor het vectoriseren van afbeeldingen met een drempelwaarde. Met een volledig volume wordt het marching cubes; wie scherpe hoeken wil behouden, grijpt naar dual contouring.