Logaritmetabellen
Planken vol gedrukte cijfers die vermenigvuldigen in optellen veranderden, en waarvan de fouten Charles Babbage een machine deden wensen.
Het idee werd in 1614 gepubliceerd: geef elk getal een exponent, en het product van twee getallen wordt de som van hun exponenten. Henry Briggs zette het systeem om naar grondtal tien en publiceerde in 1624 logaritmen voor 1–20.000 en 90.000–100.000 met veertien decimalen. De Nederlander Adriaan Vlacq vulde de leemte vier jaar later aan. Drieënhalve eeuw lang waren de tabellen het werkgereedschap van ingenieurs, sterrenkundigen en artilleristen.
Het probleem was dat ze door mensen werden gezet, overgenomen en herdrukt. Elke nieuwe editie erfde de oude fouten en voegde er nieuwe aan toe, zonder dat iemand wist welke welke waren. In 1821, bij het controleren van tabellen voor de Astronomical Society samen met John Herschel, deed Babbage de uitspraak die vaak als startschot van de computergeschiedenis geldt: hij wenste bij God dat deze berekeningen met stoom waren uitgevoerd. De differentiemachine was het antwoord, en het drukken woog even zwaar als het rekenen: de machine zou zelf het zetwerk verzorgen, zodat geen mensenhand zich tussen uitkomst en pagina bevond.
Zakrekenmachines maakten ze rond 1975 overbodig. Tot dan toe was een tabellenboek het dichtste wat een ingenieur bij een computer kwam.