hiQ v. LinkedIn
De strijd van 2017–2022 over het scrapen van openbare profielen: geen hacken in de zin van de CFAA, maar wel contractbreuk.
hiQ Labs scrapete openbare LinkedIn-profielen en verkocht analyses aan werkgevers, waaronder voorspellingen over welke medewerkers op het punt stonden op te stappen. In 2017 stuurde LinkedIn een sommatie op grond van de CFAA. hiQ stapte als eerste naar de rechter en kreeg een voorlopig bevel tegen blokkering.
In 2019 oordeelde het Ninth Circuit dat gegevens die iedereen zonder in te loggen kan zien, nauwelijks ‘zonder toestemming’ worden benaderd. Het Supreme Court verwees de zaak terug na zijn Van Buren-arrest uit 2021, en het hof van beroep kwam in 2022 tot hetzelfde antwoord. De overwinning duurde zo’n zes maanden: de rechtbank oordeelde dat hiQ de gebruikersovereenkomst van LinkedIn had geschonden, onder meer door nepaccounts te gebruiken, en partijen schikten met als voorwaarde dat hiQ de data verwijderde. De les voor scrapers: het contractenrecht bijt waar het strafrecht dat niet doet.