Fintech
De verzamelnaam voor bedrijven en technologie die het werk van een bank doen, of een deel ervan: software eerst, filialen als laatste.
Het woord is ouder dan de sector. Abraham Leon Bettinger gebruikte het in 1972 in een artikel over time-sharingmodellen bij Manufacturers Hanover Trust. De moderne betekenis ontstond na de financiële crisis van 2008, toen het vertrouwen in grote banken laag was, de smartphone net was verschenen en durfkapitaal op zoek was naar iets anders dan sociale netwerken. Stripe, Klarna, Revolut en iZettle zijn schoolvoorbeelden: elk nam één plak van het bankwezen en maakte die beter voor een smalle groep klanten.
De grens tussen fintech en banken is eerder juridisch dan technisch. Veel fintechs hebben geen banklicentie en steunen op een partnerbank of een e-geldvergunning. PSD2 en open banking dwongen banken hun interfaces te openen, waardoor fintech wettelijk een plek aan tafel kreeg. De banken reageerden door de concurrentie over te nemen of zichzelf fintech te gaan noemen.