Direct monitoring
De audio-interface stuurt zijn ingang rechtstreeks naar de koptelefoon, nog voordat het signaal de computer bereikt — en de latentie blijft achter.
Wie zingt met een koptelefoon die de eigen stem tien milliseconden te laat terugspeelt, gaat achter zichzelf aan hobbelen. De oplossing is de ingang door de audio-interface zelf te laten mixen, analoog of in een eigen DSP, vóór de AD-omzetter en de buffer, zodat de round-triplatentie via de computer het oor nooit bereikt. Budgetinterfaces hebben één knop tussen 'input' en 'playback'; duurdere leveren complete mixerprogramma's mee, zoals RME's TotalMix.
Het addertje is dat je het droge signaal hoort: geen plug-ins, geen autotune, geen reverb uit de DAW, tenzij de interface zelf effecten heeft. De klassieke fout is directe en softwarematige monitoring tegelijk laten aanstaan. Dan hoor je jezelf dubbel, enkele milliseconden uit elkaar, wat een fasig kamfilter-geluid oplevert dat meestal wordt gemeld als 'iets raars in mijn koptelefoon'.