Audiofeedback
De microfoon vangt de luidspreker op, die de microfoon versterkt, die de luidspreker opvangt — tot de hele keten op één frequentie staat te gillen.
Ook wel het larseneffect genoemd, naar de Deense natuurkundige Søren Absalon Larsen, die het principe beschreef. Het ontstaat wanneer de lusversterking via microfoon, versterker, luidspreker en ruimte bij een bepaalde frequentie boven de één uitkomt. De akoestiek en de afstanden bepalen welke frequentie dat is, en daarom verandert de toon van het gefluit zodra iemand over het podium loopt.
De meeste oplossingen zijn natuurkunde: richtmicrofoons, luidsprekers vóór het podium in plaats van erachter, minder volume. Elektronisch pakken smalle notchfilters op een equalizer de rinkelende frequenties aan, en automatische feedbackonderdrukkers speuren ze zelfstandig op. Het is ook een van de weinige geluidsfouten die tot techniek zijn verheven — Jimi Hendrix bespeelde het als een extra instrument. In de studio omzeilt direct monitoring via de koptelefoon het probleem helemaal.