Zygalski-vellen
Zo'n honderdvijftig geperforeerde vellen papier, op een lichttafel gestapeld tot er op precies één plek licht doorheen kwam: de rotorstand van de Enigma.
Henryk Zygalski bedacht de methode in 1938 bij het Biuro Szyfrów, nadat de Duitsers waren gestopt met de vaste grondstand waarop de bomba steunde. De overgebleven zwakte waren de females: omdat de berichtsleutel nog steeds tweemaal werd verzonden, verscheen dezelfde letter soms op positie 1 en 4, 2 en 5 of 3 en 6, en dat kan alleen bij bepaalde rotorstanden.
Voor elke rotorvolgorde werden 26 vellen gemaakt, één per stand van de linkerrotor, liniëerd als een raster van 51×51 voor de standen van de andere twee. Waar een female mogelijk was, werd een gat gesneden: zo'n duizend gaten per vel, met de hand met scheermesjes uitgesneden. De vellen voor de waargenomen females werden op een verlichte glasplaat op elkaar gelegd en verschoven volgens de indicatoren. Bleef er één opening over, dan was de rotorstand gevonden.
In december 1938 kwamen rotor IV en V erbij. Zestig rotorvolgordes vroegen om 1560 vellen, en Polen kon ze noch snijden noch betalen. Bletchley Park maakte onder John Jeffreys een volledige set, bracht die naar de Polen in Frankrijk, en op 17 januari 1940 werd Enigma weer gelezen, met Brits papier en een Poolse methode.