Triode
De buis die kon versterken: een derde elektrode waarmee een zwakke spanning een grote stroom stuurt, en daarmee werd elektronica actief.
In 1906 plaatste Lee de Forest een derde elektrode, een stuurrooster, tussen gloeidraad en anode van Flemings diode en noemde het resultaat de Audion. Het rooster liet een zwak signaal een sterke stroom sturen zonder bewegende delen: versterking en snel schakelen in één component. De Forest begreep nauwelijks waarom het werkte; Edwin Armstrong verklaarde de natuurkunde enkele jaren later.
Eerst kwam de radio, daarna de computer. De elektronenbuis als logische poort was altijd een triode of de verwante pentode: ENIAC telde zo'n 18.000 buizen, Colossus een paar duizend. Elke buis schakelde ruwweg duizend keer sneller dan een relais, maar brandde ook door, wat het praktische plafond voor buizenmachines bepaalde. De transistor (1947) deed hetzelfde werk koud en haalde het plafond weg.