Thermische inkjet
De methode die de inkt laat koken zodat die zichzelf naar buiten schiet — één dampbel per druppel, tienduizenden keren per seconde.
Een dunnefilmweerstand in de nozzlekamer warmt een paar microseconden op tot de inkt die hem raakt kookt. De dampbel duwt een druppel van circa een picoliter naar buiten, en als de bel ineenklapt zuigt capillaire werking nieuwe inkt aan. In de nozzle beweegt niets mechanisch, en dat is precies de bedoeling: honderden nozzles passen op één chip en de printkop wordt zo goedkoop dat hij op de cartridge kan zitten en samen daarmee weggegooid wordt. Dat detail werd het verdienmodel van de hele branche.
Canons Ichiro Endo stuitte in 1977 op het effect — volgens het bedrijf zelf toen een soldeerbout per ongeluk een met inkt gevulde spuit raakte — en de laboratoria van HP kwamen een paar jaar later onafhankelijk op hetzelfde idee. Canon noemde het Bubble Jet, HP thermal inkjet. Epson koos de andere weg met piëzo-elektrische kristallen die de druppel wegduwen zonder iets te koken, wat inktchemie mogelijk maakt die hitte zou verpesten.