SoC (System-on-Chip)
Een chip die vrijwel het hele computersysteem (cpu, gpu, geheugencontroller, npu, modem, I/O) op één stuk silicium onderbrengt, in plaats van losse componenten op een moederbord. Standaard in telefoons en steeds vaker in laptops (Apple Silicon): weinig stroomverbruik, klein formaat, hoge integratie.
In een traditionele pc zijn cpu, gpu, chipset en geheugen losse componenten die via bussen op een moederbord verbonden zijn. Een SoC pakt alles op één chip: processorcores (vaak heterogeen, P+E), graphics, geheugencontroller, npu (AI-versneller), beeld- en video-eenheden, een beveiligingsprocessor en soms een modem. Voordelen: veel kortere afstanden tussen de blokken (lagere latency, hogere bandbreedte, minder stroom) en hoge energie-efficiëntie. Voorbeelden: Apples A- en M-serie, Qualcomm Snapdragon, Google Tensor. Apple Silicon liet met unified memory zien dat het SoC-model ook in laptops traditionele opzetten kan verslaan. Nadeel: niet upgradebaar.