Slab-allocator
De allocator van de kernel voor kleine, steeds terugkerende objecten — hij bewaart kant-en-klare inodes en netwerkbuffers in plaats van ze telkens op te bouwen.
De kernel alloceert voortdurend structuren van dezelfde paar groottes. Elke keer via de algemene pagina-allocator gaan zou zowel tijd als ruimte verspillen. De slab-allocator houdt daarom per objecttype een eigen cache bij, waarin vrijgegeven objecten al geïnitialiseerd worden hergebruikt.
Het idee komt van Jeff Bonwick, op Solaris in 1994. De Linux-implementatie heet tegenwoordig SLUB. Het verbruik is zichtbaar in slabtop, en een groeiende slab is een klassieke bron van geheugen dat noch bij een proces noch bij de paginacache hoort — daar kijk je wanneer free en de som van het procesgebruik niet willen kloppen.