Sector slipping
Een defecte sector afhandelen door hem over te slaan en alle volgende sectoren één plek op te schuiven, zodat de nummering aaneengesloten blijft.
Het nut blijkt het best in contrast met het tegenovergestelde, sparing. Bij slipping behoudt de data haar fysieke volgorde: wordt een slechte sector gevonden (meestal tijdens het formatteren), dan slaat de nummering hem gewoon over en schuift elke volgende logische sector één plek op, waarbij de reserve aan het eind van het spoor wordt aangesproken. Het voordeel is dat sequentieel lezen niets extra kost — de goede sectoren blijven op volgorde.
Sparing doet het omgekeerde: het wijst één slechte sector toe aan een verre reservesector, snel achteraf toe te passen maar met een seek bij elke toegang tot dat blok. Slipping heeft de voorkeur bij low-level formatteren; sparing vangt de defecten die daarna opduiken.