Pull-upweerstand
Een weerstand naar de voedingsrail die een ingang een vaste toestand geeft als niets anders hem aanstuurt.
Een digitale ingang die nergens op is aangesloten, zweeft: hij vangt storing op en leest willekeurig een één of een nul. Een pull-upweerstand, meestal 4,7–10 kΩ, trekt hem zachtjes omhoog. Een knop of uitgang die de lijn met massa verbindt, wint er moeiteloos van. Het spiegelbeeld, naar massa, heet pull-down.
De waarde is een afweging. Een lage weerstand geeft snelle flanken maar verstookt stroom zodra de lijn laag wordt gehouden, wat in batterijontwerpen opvalt. Een hoge bespaart stroom, maar maakt de flanken traag en de lijn gevoelig voor ruis. De meeste microcontrollers hebben zwakke interne pull-ups van 20–50 kΩ, in te schakelen met een registerbit. I²C werkt zonder pull-ups helemaal niet, omdat de bus op open-drain-uitgangen is gebouwd.