Opcode
Het getal aan het begin van een instructie dat aangeeft welke van de honderden bewerkingen van de processor bedoeld wordt.
De operatiecode identificeert de instructie; de rest van het instructiewoord bevat operanden, adresseringsmodi en eventuele prefixen. De coderuimte is een voortdurende afweging: korte codes voor veelgebruikte bewerkingen besparen geheugen en cache, maar maken het decoderen grillig. Door veertig jaar achterwaartse compatibiliteit heeft x86 een opcodemap van opmerkelijke complexiteit gekregen, met prefixen van meerdere bytes en contextafhankelijke interpretatie.
De gevolgen zijn tastbaar. Een x86-decoder heeft aanzienlijk meer silicium en vermogen nodig dan een RISC-V-equivalent, en omdat instructies in lengte verschillen, weet je pas waar de volgende begint als je de vorige hebt gedecodeerd. Dat maakt het disassembleren van x86 lastig, iets wat malware uitbuit door instructies in andere instructies te verstoppen.