Moog-ladderfilter
Vier transistorparen als sporten van een ladder opgestapeld — het laagdoorlaatfilter dat bepaalde hoe een analoge synthesizer hoort te klinken.
Robert Moog vroeg in 1966 patent aan en kreeg het in 1969. De schakeling koppelt vier identieke RC-trappen tussen transistorparen, wat een laagdoorlaatfilter van 24 dB per octaaf oplevert. Door de uitgang terug te koppelen naar de ingang ontstaat resonantie; ver genoeg doorgedraaid gaat het filter uit zichzelf oscilleren tot een sinustoon. Bij toenemende resonantie verliest het ook bas, een gebrek dat uiteindelijk deel van het karakter werd.
Het filter zat in de modulaire systemen en de Minimoog, en concurrenten moesten om het patent heen ontwerpen. Digitaal is het lastig: de terugkoppellus bevat geen vertraging, iets wat een bemonsterd algoritme niet direct kan uitdrukken. Tim Stilson en Julius Smith publiceerden in 1996 een model, Antti Huovilainen voegde in 2004 de niet-lineariteit van de transistors toe, en moderne emulaties steunen meestal op zero-delay feedback.