Monolithische kernel
Een kernelontwerp waarin drivers, bestandssystemen en netwerkstack allemaal bevoorrecht in één adresruimte draaien — het Linux-model.
Alles draait in kernelspace, waardoor aanroepen tussen de onderdelen gewone functieaanroepen zijn zonder contextwissels. Dat is snel, en het delen van datastructuren is eenvoudig. De prijs is dat een bug ergens in de kernel het hele systeem kan neerhalen, en dat het totale aanvalsoppervlak groot is.
Een moderne monolithische kernel betekent niet dat alles erin is gecompileerd. Linux laadt het meeste op verzoek als modules, wat de flexibiliteit van de microkernel geeft zonder de communicatiekosten — maar de module draait nog steeds bevoorrecht. Gevoelige delen naar buiten verplaatsen gebeurt toch geleidelijk: FUSE zet bestandssystemen in userspace en met eBPF kan geverifieerde code in de kernel draaien zonder op dezelfde manier vertrouwd te worden.