Look and feel
Hoe een interface eruitziet en zich gedraagt, behandeld als iets wat gestandaardiseerd, in licentie gegeven, gekopieerd en, enkele jaren eind jaren tachtig en begin jaren negentig, aangeklaagd kon worden.
De term kwam op toen grafische interfaces een markt werden. De look is het visuele deel (de afschuining van een knop, de vorm van een schuifbalk, het kleurenpalet) en de feel het gedrag: welke muisknop een menu opent, hoe de focus beweegt, waar je sleept om te vergroten. De Unix-oorlogen werden uitdrukkelijk op dit front uitgevochten. In 1988 vaardigde OSF een "Request for Technology" voor een look and feel uit en koos het voorstel van HP en Microsoft, een verwant van Presentation Manager, dat Motif werd. Sun en AT&T antwoordden met OPEN LOOK, een zuivere specificatie van uiterlijk en gedrag met meerdere implementaties. Motif won om redenen die meer met zijn aanhang te maken hadden dan met kwaliteit.
Tegelijk werd de vraag voor de rechter getoetst. Apple klaagde Microsoft en HP in 1988 aan wegens het kopiëren van de Macintosh-look-and-feel in Windows 2.0 en NewWave, en verloor in 1994 in essentie: afzonderlijke elementen zoals overlappende vensters en prullenbakken bleken niet beschermd. Lotus tegen Borland, over het overnemen van de menustructuur van 1-2-3 in Quattro Pro, eindigde in 1996 met menu's als werkwijze in plaats van werk. De League for Programming Freedom werd in 1989 juist tegen zulke zaken opgericht. Na de rook werd look and feel iets wat je verwisselt: Java Swing bracht in 1998 zijn pluggable look and feel met Metal, Motif en Windows, Winamp en Enlightenment maakten van skins een subcultuur, en GTK en Qt laten één thema alles tegelijk veranderen.