Linear timecode (LTC)
SMPTE-timecode opgenomen als audiosignaal op een eigen spoor, zodat bandrecorders en videorecorders het eens kunnen worden over welk beeldje ze bekijken.
Elk beeldje krijgt een woord van 80 bits met uren, minuten, seconden en beeldnummer, afgesloten met een vast synchronisatiewoord dat aangeeft waar het woord eindigt en in welke richting de band loopt. De bits gebruiken biphase-mark-codering, waarbij elke bit met een overgang begint. De polariteit maakt daardoor niet uit en de code is vooruit, achteruit en op spoelsnelheid te lezen.
De zwakte zit aan de andere kant van het snelheidsbereik. Een stilstaande band levert helemaal geen signaal op, en daarom kreeg video ook VITC, verstopt in het verticale terugslaginterval. In de studio klinkt LTC als een modem met keelpijn en lekt het graag door naar het naastgelegen spoor, dus werd het van oudsher naar de rand van de spoel verbannen.