Sleutelwoordcijfer
Een substitutiecijfer waarbij een sleutelwoord bepaalt hoe het alfabet wordt geschud.
Schrijf eerst het sleutelwoord op, zonder herhaalde letters, en vul daarna de rest van het alfabet in volgorde aan. De ontstane reeks dient als substitutiealfabet tegenover het gewone. Het resultaat is een monoalfabetisch cijfer, net zo kwetsbaar voor frequentieanalyse als het caesarcijfer, maar met een veel grotere sleutelruimte: een sleutelwoord levert slechts een fractie van de 26! mogelijke alfabetten op, maar die fractie is vele malen groter dan de 25 van Caesar.
Lange tijd was het een vast onderdeel van lesmateriaal en van de cryptogrampuzzels in de krant. Het laat zien waarom een grote sleutelruimte niet genoeg is. De permutaties van 26 letters zijn enorm in aantal, maar de letterfrequenties van de taal lekken er toch doorheen, en daar maakt de aanvaller gebruik van.