Blokkenspatie (inter-block gap)
Het lege stuk band tussen twee datablokken, lang genoeg voor een start-stoptransport om af te remmen en weer op snelheid te komen.
Tape wordt niet geadresseerd als een schijf; data staan in blokken die door een inter-block gap (ook inter-record gap) zijn gescheiden. Bij een klassieke start-stopdrive gaf de spatie — zo’n 0,6 inch bij 9-track — de capstan ruimte om na een blok te vertragen en vóór het volgende op volle snelheid te komen, zodat de kop alleen las terwijl de band met nominale snelheid liep.
Grote spaties verspillen band: veel kleine blokken kunnen meer band aan spaties kwijt zijn dan aan data, en daarom bundelde software veel logische records tot één fysiek blok. Streamingdrives die tussen blokken niet stoppen verkleinden de spatie drastisch. Een langer gewist stuk — de tapemark — markeert het einde van een bestand.