IT-lexicon › Infrastructuur › Colormap (X11)

Colormap (X11)

Infrastructuur Svenska → Bijgewerkt: 2026-10-07

De tabel die bepaalde welke 256 kleuren tegelijk op het scherm mochten staan, en welk programma ze mocht kiezen.

Een 8-bits scherm kon maar 256 kleuren tegelijk tonen, en welke dat waren, stond in een opzoektabel in de grafische hardware. X11 noemde zulke schermen de PseudoColor-visual en liet programma's kleurcellen aanvragen uit een gedeelde standaardtabel. Een gulzige client — Netscape was berucht — kon alle cellen opmaken, waarna het volgende programma genoegen moest nemen met de dichtstbijzijnde tint die nog beschikbaar was.

Het alternatief was een eigen colormap. De hardware kon echter maar één tabel tegelijk geïnstalleerd hebben, dus bij elke focuswissel verwisselde de vensterbeheerder de tabellen en sloeg de rest van het scherm om in psychedelische valse kleuren. Dat heette colormap-flashing. De ICCCM legde regels vast over wie wat mocht installeren, maar pas 24-bits TrueColor maakte de hele kwestie overbodig.

← Terug naar het lexicon