big.LITTLE
De architectuur van ARM die grote, krachtige kernen („big") combineert met kleine, zuinige kernen („LITTLE") op dezelfde chip. Lichte taken draaien op de zuinige kernen, zware op de sterke — zo krijg je zowel een lange batterijduur als hoge piekprestaties.
Idee: één kerntype is een compromis — snel maar dorstig, of zuinig maar traag. big.LITTLE (ARM, 2011) biedt beide: grote out-of-order-kernen voor veeleisend pieklast-werk (een app openen, een pagina renderen) en kleine in-order-kernen voor achtergrondtaken en stilstand (mail synchroniseren, muziek afspelen) die een fractie van het vermogen trekken. De scheduler verplaatst threads naar behoefte tussen de kerntypes. Het werd standaard in vrijwel alle smartphonechips (een sleutel tot de moderne batterijduur) en verspreidde zich daarna naar desktop en laptop: Intels P-cores/E-cores (Alder Lake en later) en Apples M-serie volgen hetzelfde heterogene principe. Latere ARM-varianten (DynamIQ) mengen meer kerntypes vrijer. Het basismodel voor heterogene kernen. Verwant aan heterogene kernen en P-core/E-core.