XOR
Booleaanse operator: waar als precies één invoer waar is. Symbool: ⊕, ^. Opvallende eigenschap: A ⊕ B ⊕ B = A — hij is zijn eigen inverse.
Grondslag van symmetrische versleuteling (one-time pad, stroomcoderingen — XOR met een sleutelstroom). Verschil- en wisseltruc: a ^= b; b ^= a; a ^= b; verwisselt twee variabelen zonder tijdelijke variabele. Hashing: een XOR-som is een eenvoudige pariteitscontrole. Processors hebben een eigen XOR-instructie, vaak sneller dan optellen.