Tremolo
Het effect dat het volume ritmisch laat zakken en stijgen, aangedreven door een trage oscillator.
Een LFO op een paar hertz laat de versterking op en neer zwaaien; diepte bepaalt hoe ver het niveau zakt, snelheid hoe vaak. Een sinusgolf geeft een zachte puls, een blokgolf een hakkelend aan-uit dat klinkt alsof iemand heel snel aan de volumeknop draait. Gitaarversterkers hadden het al in de jaren veertig en vijftig, toen nog als buis waarvan de biasspanning door een oscillator werd gewobbeld.
De namen raakten al vroeg verwisseld. Fender noemde het tremolokanaal op zijn versterkers "Vibrato", terwijl de "tremolo-arm" van de Stratocaster juist de toonhoogte buigt – en dat is vibrato. Handleidingen raken nog steeds in de war. In een DAW is tremolo meestal op het tempo gesynchroniseerd en gaat het met een harde blokvorm over in wat dansproducers een trance gate noemen.