Bandspanning
De kracht die de band strak tegen de kop houdt: te veel rekt en vervormt hem, te weinig verliest contact en daarmee het signaal.
De band moet met constante kracht tegen de kop drukken. Bij te weinig spanning ontstaat een kleine luchtspleet die zowel opname als weergave verzwakt; bij te veel rekt de band blijvend uit en gaan de sporen zwerven. De spanning wordt geregeld met spoelmotoren en geveerde spanarmen die de speling voortdurend meten en bijsturen.
De klassieke oplossing waren de vacuümkolommen die IBM vanaf 1952 in mainframe-bandstations gebruikte: de band hing in twee zuigende schachten als buffer, zodat de traagheid van de zware spoelen losgekoppeld werd van het bliksemsnelle starten en stoppen dat de kop bij elk blok vereiste. Zonder die buffer was de band bij de eerste ruk gebroken.