Subnetmasker
Een bitmasker dat een IPv4-adres splitst in een netwerk- en een hostdeel: 255.255.255.0 = /24 = 24 netwerkbits + 8 hostbits = 256 adressen. Tegenwoordig schrijft men het altijd als CIDR-prefix (/24) in plaats van met puntnotatie.
Een AND van IP-adres en masker geeft het netwerkadres. /30 (4 adressen, 2 bruikbaar) is gebruikelijk voor point-to-point-verbindingen, /24 voor een thuisnetwerk en /16 voor grote bedrijfsnetwerken. Classful networking (klasse A/B/C) is historisch; CIDR (1993) nam het over. VLSM (Variable Length Subnet Mask), waarbij subnetten verschillende prefixlengtes hebben, is nu normaal. IPv6 gebruikt standaard 64-bitsprefixen voor eindnetwerken: een /64 bevat circa 1,8e19 adressen per lan. Subnetontwerp is de klassieke proeve van bekwaamheid voor junior netwerkbeheerders.