SPI-bus
Serial Peripheral Interface: een snelle, synchrone seriële bus om een microcontroller met randapparatuur (sensoren, displays, sd-kaarten, flash) te verbinden. Vier draden: MOSI, MISO, klok (SCLK) en een chip-select (CS) per apparaat. Full-duplex en eenvoudig.
Een master genereert de klok en selecteert een slave via de CS-lijn; data wordt tegelijk uit (MOSI) en in (MISO) geschoven op de klokflanken. Winst: zeer hoge snelheid (tientallen MHz), eenvoudige hardware, full-duplex. Nadeel: een extra CS-lijn per apparaat, dus slechte schaling naar veel apparaten, en geen ingebouwde adressering of bevestiging.
Anders dan I²C (maar twee draden, adresgebaseerd, trager): SPI is snel maar “draadhongerig”. Klassiek gebruik: displays (TFT/OLED), sd-kaarten, ADC/DAC en radiomodules. Samen met I²C en UART de drie meest gebruikte seriële protocollen op printplaatniveau.