Socket
De programmeerinterface voor netwerkverkeer: een eindpunt waarvan je leest en waarnaar je schrijft als was het een bestand.
BSD-sockets vormen de basis; vrijwel elke programmeertaal heeft er een laag omheen. Client: aanmaken, connect, send/recv, sluiten. Server: aanmaken, bind, listen, accept. Daarnaast bestaan er "unix domain sockets" voor communicatie tussen processen op dezelfde machine.