Read-while-write
Een leeskop zit vlak achter de schrijfkop, zodat elk blok microseconden na het schrijven wordt teruggelezen en gecontroleerd.
Bij tape (QIC, DLT, DDS, LTO) heeft de kop twee spleten: de schrijfspleet legt de data neer en de leesspleet, een millimeter verderop in looprichting, leest die direct terug. Een afwijking betekent dat het blok verderop opnieuw wordt geschreven en het foute wordt overgeslagen. De controle gebeurt tijdens het schrijven, niet als aparte verificatieronde achteraf.
Het is een belangrijke reden waarom tape al lang vertrouwd wordt voor back-ups: de fout komt boven terwijl de tape nog loopt en kan ter plekke worden hersteld, in plaats van pas maanden later bij een restore.