QAM
De modulatiemethode die meerdere bits in elk symbool propt door zowel amplitude als fase te variëren.
Quadratuuramplitudemodulatie combineert twee draaggolven met 90 graden onderling verschil. Elke combinatie van amplitude en fase wordt een punt in een constellatiediagram, en elk punt staat voor een bitpatroon. 256-QAM heeft 256 punten en draagt dus acht bits per symbool.
Hoe dichter de punten op elkaar liggen, hoe meer data, maar hoe minder storing er nodig is om de ontvanger ze te laten verwarren. Moderne systemen kiezen de modulatie daarom adaptief: dicht bij de mast met een goed signaal wordt 1024-QAM gebruikt, verder weg valt het systeem terug op robuustere varianten. Dat is de technische verklaring voor het feit dat de snelheid met de afstand daalt.