Network namespace
Linux-isolatie waarbij een groep processen een eigen netwerkstack krijgt: eigen interfaces, IP-adressen, routeringstabellen en iptables-regels. Samen met andere namespaces de basis van containers.
ip netns add foo maakt een netns aan, ip netns exec foo bash draait een shell erin. Veth-paren zijn de gebruikelijke manier om namespaces te koppelen: het ene uiteinde in de host, het andere in de ns. Docker gebruikt standaard de bridge-modus: de container zit in een eigen netns, verbonden met de docker0-bridge. Hostmodus (--net=host) slaat de isolatie over en deelt de hoststack. Klassiek debuggebruik: verschillende netwerkconfiguraties testen zonder de host aan te raken. Meerdere netns plus WireGuard geeft eenvoudig anonimisering per proces.