MacX
Meer info
- Maker
- Apple
- Jaar
- Type
- X-server
- Opvolger
- XQuartz
Apples eigen X-server voor het klassieke Mac OS, uitgebracht in 1990, waarmee Unix-programma’s van elders op het netwerk als gewone Macintosh-vensters opengingen, titelbalk incluis.
Apple leverde MacX in 1990 mee als bijproduct van het werk aan A/UX, het eigen Unix van het bedrijf. Het draaide als gewone applicatie onder System 6 en 7, sprak X11 via MacTCP en liet een Mac op een afdelingsnetwerk programma’s tonen van de Sun-, VAX- en HP-machines in de kelder. Het kon rootless draaien, waarbij elke X-client een Macintosh-venster kreeg met Mac-decoraties van de ingebouwde vensterbeheerder, of met root, met het hele X-bureaublad in één venster. De eerste versie was gebouwd op X11R4; R5 volgde later, en MacX werd met A/UX 3 meegeleverd als brug tussen Mac-programma’s en X-programma’s op hetzelfde scherm.
De belangrijkste concurrent was eXodus van White Pine, dat sneller en goedkoper was, en MacX bleef een gereedschap voor universiteiten en Apples eigen Unix-klanten. Toen A/UX halverwege de jaren negentig werd stopgezet, verloor het zijn thuis en hield de ontwikkeling op. Het idee overleefde wel: toen Mac OS X verscheen, deden XDarwin en later Apples eigen X11, tegenwoordig XQuartz, hetzelfde opnieuw bovenop Quartz, met dezelfde rootless-modus als verkoopargument.