IT-lexicon › Programmeren › IPC (interprocescommunicatie)

IPC (interprocescommunicatie)

Programmeren Svenska → Bijgewerkt: 2026-10-03

De verzamelnaam voor de manieren waarop processen met elkaar praten, ondanks hun gescheiden en afgeschermde geheugen.

Isolatie tussen processen is het hele punt van beschermde adresruimtes, maar die isolatie moet op een gecontroleerde manier te doorbreken zijn. Het gereedschap loopt van eenvoudig naar snel: signalen sturen een kale melding zonder inhoud, pipes leveren een eenrichtingsstroom van bytes, Unix-sockets bieden tweerichtingsverkeer met berichtgrenzen en berichtenwachtrijen voegen prioriteit toe.

Gedeeld geheugen is het bijzondere geval: er wordt niets gekopieerd, beide processen krijgen dezelfde fysieke pagina's in hun adresruimte. Dat maakt het het snelst, maar ook de enige variant waarbij zelf voor synchronisatie moet worden gezorgd, omdat de kernel niet bemiddelt. Op de desktop ligt D-Bus bovenop sockets en biedt het een benoemde, getypeerde interface in plaats van ruwe bytes.

← Terug naar het lexicon