_WIN_-hints (GNOME)
De eigen eigenschappen van GNOME 1 op het rootvenster voor communicatie met de windowmanager – lagen, werkbladen, sticky – die twee jaar bestonden voordat ze met die van KDE werden samengevoegd tot EWMH.
Toen GNOME 1.0 in 1998–99 werd gebouwd, had het paneel met de pager informatie nodig waarover ICCCM niets zei: welke werkruimte zichtbaar was, welke vensters bestonden en hoe het paneel boven al het andere kon blijven. Carsten Haitzler, die tegelijkertijd Enlightenment schreef, stelde een reeks eigenschappen op met het voorvoegsel _WIN_, in een document genaamd GNOME Window Manager Compliance. _WIN_SUPPORTING_WM_CHECK identificeerde een compatibele windowmanager, _WIN_PROTOCOLS somde op wat die ondersteunde, _WIN_WORKSPACE en _WIN_WORKSPACE_COUNT zorgden voor virtuele bureaubladen, _WIN_AREA voor de pagina's in FVWM-stijl binnen een bureaublad, _WIN_STATE voor sticky, gemaximaliseerd en opgerold, _WIN_HINTS voor zaken als 'sla de taakbalk over', en _WIN_LAYER voor een stapel lagen van Desktop via Normal tot Dock.
Enlightenment, IceWM, Sawfish en Window Maker ondersteunden ze, terwijl KDE via kwm zijn parallelle KWM_-eigenschappen had. Twee sets voor hetzelfde doel was onhoudbaar, en rond 2000 voegden ontwikkelaars uit beide kampen ze samen tot EWMH onder freedesktop.org, met het voorvoegsel _NET_. Het meeste ging ongewijzigd over – _WIN_SUPPORTING_WM_CHECK werd _NET_SUPPORTING_WM_CHECK, _WIN_WORKSPACE werd _NET_CURRENT_DESKTOP – terwijl het lagenmodel plaatsmaakte voor venstertypen en -toestanden, die gemakkelijker te doorgronden waren. GNOME 2 met Metacity liet _WIN_ in 2002 helemaal vallen, maar IceWM en Window Maker begrijpen ze nog, uit oude gewoonte.