File-echo
De manier waarop FidoNet bestanden verspreidde — in wezen echomail, maar dan met programma's en archieven in plaats van berichten.
Een file-echo was een benoemd gebied waarop bbs'en zich abonneerden via hun upstream-node. Wie een bestand ‘hatchte’ — het het netwerk in stuurde — liet er een klein tekstbestand op .TIC op laten volgen, met naam, echo, herkomst en controlesom. De ontvangende software las de TIC, zette het archief in het juiste bestandsgebied en gaf het tijdens de nachtelijke mailronde door aan het volgende niveau van de hiërarchie.
Zo bereikten shareware, antivirusupdates, nodelists en ANSI-pakketten duizenden bbs'en, zonder dat iemand meer interlokaal hoefde te bellen dan strikt nodig was. Het was traag maar betrouwbaar, en het vulde de bestandsgebieden van een sysop geheel vanzelf — mits de harde schijf het bijhield, wat zelden gebeurde.