Crossbar-schakelaar
Het raster van kruisende staven uit de telefonie, met een contact op elk kruispunt: een topologie die de telefooncentrale overleefde en nu in chips en switches zit.
Het ontwerp is Zweeds. Gotthilf Betulander van de Zweedse telegraafdienst patenteerde het principe in 1919: horizontale en verticale staven in een matrix, met op elk kruispunt een elektromagneet die het pad tussen één inkomende en één uitgaande lijn kan sluiten. Elke ingang bereikt elke uitgang, en de verbinding komt binnen milliseconden tot stand zonder dat een kiezer alle tussenliggende standen afloopt. AT&T nam het idee over en nam in 1938 de No. 1 Crossbar in gebruik.
De computertechniek maakte vrijwel meteen kennis met het onderdeel. George Stibitz' Complex Number Calculator bij Bell Labs gebruikte in 1940 crossbar-schakelaars als opslag voor tussenresultaten. Dat was geen toeval: telefoononderdelen waren ontworpen om betrouwbaar tussen vaste toestanden te schakelen en waren bij de krat te bestellen, wat ongeveer de hele eisenlijst van digitale elektromechanica is.
De prijs is dat de kosten groeien met het aantal ingangen maal het aantal uitgangen. Een volledige matrix wordt onbeheersbaar zodra het aantal poorten stijgt, daarom werden telefoonnetten in trappen opgebouwd en gebruiken moderne switches Clos-netwerken van kleinere matrices. De topologie zelf leeft voort in switch fabrics, geheugeninterconnects en de netwerken tussen de kernen op één chip, waar crossbar nog steeds betekent wat Betulander tekende.