Aftertouch
De druk die op een toets wordt uitgeoefend nadat die al is ingedrukt, omgezet in een besturingswaarde.
MIDI kent twee varianten. Channel pressure (statusbyte 0xD0) stuurt één waarde voor het hele kanaal, meestal van de toets die het hardst wordt ingedrukt. Polyphonic key pressure (0xA0) geeft elke toets een eigen waarde, zodat één noot in een akkoord vibrato kan krijgen terwijl de rest stil blijft. De waarde wordt doorgaans gekoppeld aan filterfrequentie, volume of LFO-diepte.
De CS-80 van Yamaha uit 1977 had polyfone aftertouch al ruim voordat MIDI bestond, maar de sensoren waren duur en de meeste keyboards beperkten zich tot de kanaalvariant. MPE lost hetzelfde probleem op door elke noot een eigen kanaal te geven: een elegante manier om niet te hoeven wachten tot fabrikanten poly-aftertouch inbouwen.