Access point
Het apparaat dat bedraad Ethernet omzet in wifi. In een thuisnetwerk zit het in de router; in elke grotere installatie is het een aparte kast in het plafond, gevoed via PoE.
Meerdere access points delen dezelfde SSID, maar elk heeft een eigen BSSID — de client beslist zelf wanneer die overstapt, en daarom werkt roaming soms slecht ondanks perfecte dekking. De standaarden 802.11k, v en r bestaan juist om de client een goede keuze te laten maken en snel genoeg over te laten stappen voor een lopend gesprek. De sleutel tot goede dekking is zelden meer zendvermogen, maar kanaalplanning: 2,4 GHz heeft maar drie niet-overlappende kanalen, en het netwerk van de buren stoort meer dan de muren. Een centrale controller — fysiek, software of in de cloud — regelt configuratie en kanaalkeuze in grotere opstellingen. Mesh is het noodgrijpje wanneer er geen kabel getrokken kan worden; elke hop halveert grofweg de capaciteit.